3. JAN WYTZES, veenbaas te Hoornsterzwaag augustus 1754 Lippenhuizen - 9-2-1834 Hoornsterzwaag x Hylkjen Sytzes Hemrik 16-2-1783 29-9-1763 Lippenhuizen - 6-8-1826 Hoornsterzwaag dv Sytze Harkes en Antje Jans 1. Wytze, 21-10-1784 - 17-11-1784 Haulerwijk 2. Jeltje, 9-1-1786 - 1-4-1786 Haulerwijk 3. Jeltje 14-5-1787 Haulerwijk 4. Wytze 17-1-1790 Hoornsterzwaag 5. Antje 31-10-1792 Hoornsterzwaag 6. Tjaltje 30-11-1795 Hoornsterzwaag 7. Sytze 14-5-1798 Hoornsterzwaag 8. Alle, 19-10-1800 - 21-1-1805 Hoornsterzwaag 9. Harke 24-10-1803 Hoornsterzwaag |
Toen de familie Van der Sluis de verveningsactiviteiten in Haulerwijk opstartte, werd Jan Wytzes daar door zijn vader als bewindvoerder ingezet. In 1787 werd hij teruggeroepen naar het familiebedrijf in Hoornsterzwaag. Zijn vader kocht voor hem eene dwarshuisinge bestaande in een camer en voorhuis, daarin een winkel en keukentien, afdak met de plaatse c.a., by Hiltje Popkes bewoont en gebruikt, rondomme de Compagnons als naastlegers, gekocht van Bauke Gosses, beurtschipper van de Lemmer op Campen, voor 84.14 goudg.

Na het overlijden van zijn vader in 1788 zette Jan samen met zijn broer Alle Wytzes het familiebedrijf voort. Op naam van hun moeder kochten ze voor ruim fl. 40.000 veenpercelen in Wijnjeterp en Hoornsterzwaag . Daarnaast waren de broers ook zelfstandig als veenbaas actief. Jan Wytzes kocht in de jaren 1808-1828 onder meer voor fl. 27.500 veen aan in Hoornsterzwaag.
In januari 1826 benoemden Jan Wytzes en zijn vrouw Hylkjen Sytzes in hun testament hun vijf kinderen Wytze, Antje, Tjaltje, Sytze en Harke tot erfgenamen, elk voor een zesde deel, en de vijf kinderen van hun overleden dochter Jeltje, samen ook voor een zesde. Jeltje was getrouwd met veenbaas Tjalling Freerks Landmeter en was twee jaar eerder overleden. De erfenis was bedoeld voor de kleinkinderen, gezien de toevoeging in beide testamenten dat ik expresselijk wil en begeere dat hun vader geen genot van die Revenuen zal hebben.
Na het overlijden van Hylkje Sytzes in augustus 1826 maakte Jan Wytzes een inventaris op van al hun bezittingen, zulks ten verzoeke van Tjalling Freerks Landmeter, wonende te Kortezwaag. Blijkbaar had Tjalling het erfdeel voor zijn kinderen opgeëist. Jan Wytzes voerde de inventarisatie zelf uit. Er is dus geen notariële akte aan te pas gekomen. De inventarislijst is in bezit van nakomelingen van Jan Wytzes. Deze lijst biedt een prachtig inzicht in alles wat zich in het huishouden van een veenbaas bevond. De rubriek 'Meubilen en huisgeraden' bevat naast het gebruikelijke meubilair, de keukenuitrusting en het beddengoed ook een kanarjevogel en drie vogelkouwen, een dambord en 25 pond metworst. De 'Levendige have' vermeldt veertien runderen, twee schapen, zes kippen en een haan. Bij de 'Lijfdragt van Hylkjen Sytzes' is het pronkstuk het gouden oorijzer, smal van agtren, zwaar acht lood, vier wigtjes en vijf correls, met een gehalte van 20 karaat en een waarde van fl. 103,92½. Ook beheerde Hylkjen een uitgebreide winkel. Onder de winkelwaren staan diverse levensmiddelen en ‘comestibles’ vermeld, maar de nadruk ligt toch vooral op het stoffenassortiment. Zij had zich duidelijk ontwikkeld tot de textielwinkelier van het dorp. Fraai is het assortiment stoffen: assenburger linnen, bombazijn, hofrouw, bokkebaai, vijfschaft, damast, boeresarjes, boeregrauw, schoeteldoeksgoed, kalmunk, bontstreept, blauwstreept, groenstreept, broekstreept, rokkestreept, zaai, hernhutters, en niet te vergeten knopen, naalden en haarlemmerolie.
De posten die betrekking hebben op de veenderij zijn natuurlijk ook interessant. In de eerste plaats zijn dat de 'Gereedschappen tot de graverij in de veenen': 24 platte schutkruijen, 38 slagkruijen, 9 stikkers, 21 kruijersplanken, 4 stikkersplanken, 15 schutborden, 8 leppen, 10 kommezelden11 grijppen, 6 vorken, 16 lepkes en gudden, enzovoort. Verder uiteraard de percelen hoogveen en de daarop staande turf. Uiteindelijk werd overgegaan tot verdeling van drie percelen hoogveen in Hoornsterzwaag aan de 18e Wijk en enig veenbezit onder Wijnjeterp en Haulerwijk, met de daarop staande turf. Een kleine post is 1/7 deel van nog 18 vierkante roeden aan de 8e Wijk, afkomstig is uit de erfenis van haar vader Sytze Harkes. Vastigheden zoals huizen en weilanden staan wel vermeld, maar zonder taxatiebedragen. De 'Schadelijke staat' bevat een aantal schulden, zoals nog te betalen aankooptermijnen en vrijkoopgelden. Elk van de zes kavels van de erfenis had een waarde van in totaal fl. 1.725, samen fl. 10.350. Het resterende bezit werd aan vader Jan Wytzes gelaten.
Na het overlijden van Jan Wytzes zelf, acht jaar later, vond weer een verdeling plaats. Nu werden de formele zaken wel via taxateurs en de notaris uitgevoerd. Marcus Jacobs Hogeveen en Wytze Alles van der Sluis werden aangewezen om de inventaris op te maken. Zij schatten de waarde van het huisraad op fl. 3000. De zonen Wytze en Harke Jans hadden van tijd tot tijd gelden uit den boedel ontvangen voor resp. fl. 1700 en fl. 500. Bovendien waren verschillende personen bedragen schuldig wegens uitgeleend geld of geleverde turf. Een deel van de schulden werd pro memorie vermeld, omdat de kans op inning gering was vanwege 'insolventie van de debiteuren'. Het totaal van de roerende goederen kwam daarmee op fl. 7000. De vastigheden, bestaande uit de boerderij, de bijbehorende weilanden en heidevelden en enkele verhuurde woningen, werden door de taxateurs geschat op fl. 4500. Het leeuwendeel werd gevormd door het veenbezit. De inventaris vermeldt 13 percelen met een gezamenlijke oppervlakte van 12 hectare en een waarde van fl. 11.484. Daarnaast nog fl. 1500 aan vergraven, maar nog onverkochte turf op het veld. Tot slot rustte er nog een schuldenlast van fl. 6400 op de nalatenschap.
Twaalf dagen later vond de boedelscheiding plaats, waarbij een bedrag van fl. 17.400 te verdelen viel, wat neerkwam op fl. 2900 voor elke tak nakomelingen. De kinderen Landmeter kregen eerst hun aandeel op de geschiktste en voordeligste wijze toebedeeld. Behalve drie percelen hooi- en weidland kregen ze twee percelen hoogveen aan de westkant van de 16e Wijk, met de daarop staande turf. Verder nog een zijde spek en twee drentsche schapen en een geldbedrag, om precies op fl. 2900 uit te komen. Voordat de overige bezittingen in vijf gelijke delen werden verdeeld, werd besloten de vijf percelen hoogveen ten zuiden van de Leidijk eerst massaal te houden als dekking van de in- en uitstaande schulden. De deskundigen zorgden ook voor verdere verdeling van de erfenis in vijf ongeveer gelijke delen, waarbij kleine verschillen contant werden verrekend.

Jan Wytzes had zich ongetwijfeld tot doel gesteld zijn drie zoons op te leiden in het vervenersvak, maar dat lukte slechts ten dele. Ze maakten een bescheiden start in het veenbedrijf, maar daar bleef het bij. Hun activiteiten worden bij de volgende generatie beschreven. De drie dochters sloten een huwelijk binnen de vervenersgemeenschap. Jeltje (1787-1824) trouwde met Tjalling Freerks Landmeter, en Antje (1792-1882) trouwde met Johannes, een zoon van vervener Albert Jans Dijk. Deze stond al op de trouwakte als rentenier vermeld, dus Antje zat gebeiteld. Het meest lucratieve huwelijk was echter dat van jongste dochter Tjaltje (1795-1874) met haar neef Jan Alles van der Sluis uit de Hemriker tak, een weduwnaar met drie jonge kinderen.
Jan Wytzes bereikte de respectabele leeftijd van tachtig jaar. Hoewel elk van de erfgenamen natuurlijk het geërfde veen voor eigen rekening had kunnen laten exploiteren, kwam toch een andere oplossing tot stand. Eerdergenoemde schoonzoon Jan Alles van der Sluis, samen met zijn broer Wytze al actief in Hoornsterzwaag, deed de anderen een voorstel dat ze moeilijk konden weigeren. Hij verklaarde zich bereid het gehele bedrijf over te nemen. Of deze overdracht met pijn in het hart of juist van ganser harte plaatsvond, blijft onbekend. Wel weten we dat de meeste erfgenamen in het voorjaar van 1834 hun veenpercelen aan Jan Alles overdroegen voor de taxatiewaarde bij de boedelscheiding. Wytze en Harke Jans bleven nog twee jaar doorgaan, maar ook zij gingen uiteindelijk overstag. In ruil voor zijn hoogveen kreeg Sytze Jans de boerderij in Hoornsterzwaag, die in eerste instantie door Tjaltje en Jan was geërfd. Jan Alles investeerde in totaal fl. 12.290 in de overname van het bedrijf.